‘Ik werk kei hard. Zo hard dat ik het teruglopen van het aanbod van klanten niet eens aan zie komen. Shit! Als een speer focus ik op acquisitie in de hoop dat daarna het aanbod weer stijgt. Piew, gelukt! Daarna ren ik weer door om deze klanten zo goed mogelijk te helpen. Tussendoor krijg ik bezoek van mijn administratiekantoor om de cijfers door te spreken. Een ook nog eens een mail met een voorstel voor naar de belastingdienst. Mijn hemel waar haal ik de tijd vandaan om daar eens rustig naar te kijken? Wat een cijfers en wat een overzichten! Er zit ook een jaarrekening bij. Eigenlijk wil ik liever werken aan die offerte voor die klant die ik zo graag binnen wil halen. En even mijn gezicht laten zien op de maandelijkse netwerkborrel is ook niet verkeerd. Maar ja, financiën zijn ook belangrijk. Want hoe sta ik er eigenlijk voor? Eigenlijk snap ik er niets van en wil het zo graag begrijpen’.

Zomaar een greep uit reacties die ik kreeg nadat ik de ebookstore opende met ebooks over bijvoorbeeld ‘Hoe je zakelijk de regie weer in handen krijgt’. Daar komt onder andere aan de orde dat inzicht in financiën je veel informatie geeft over jouw bedrijfsprocessen, risico’s en kansen inclusief verbeteringen.

Ondernemen is ook niet makkelijk. Niet voor niets wordt het wel eens omschreven als ‘kansen benutten, risico’s beheersen en nemen, klanten behouden en nieuwe klanten zoeken’.

En net als ieder mens hebben ondernemers hebben nou eenmaal hun talenten en mindere kanten. De slimme ondernemer huurt voor die mindere kanten expertise van buiten af in. Zoals bijvoorbeeld het administratiekantoor die zorgt voor gedegen tussenrapportages en een jaarafsluiting. Helaas zijn niet alle administratiekantoren in staat om hun klanten echt te laten begrijpen wat de cijfers zeggen. En zijn niet alle ondernemers in staat te begrijpen wat er nou precies in zo’n jaarrekening staat. Wat zeggen die cijfers? Welk verhaal zit er achter? En dat zorgt voor onrust. Maar vooral ook jammer omdat je kansen mist. Kansen om processen te verbeteren zodat de financiële resultaten positief wijzigen.

Kortom, iedere ondernemer wil graag weten hoe hij ervoor staat. Het is niet voor niets dat in het boek ‘Hoe je zakelijk de regie weer in handen krijgt’ één van de stappen ‘Financiële analyse’ is.

Wil je weten hoe je een jaarrekening leest? Wil je weten hoe je er financieel voorstaat? Wil je de geheimen ontdekken hoe je dat doet? Lees dan verder.

De jaarrekening

Is de basis voor de financiële verantwoording van jouw bedrijf, voor de fiscus, de toezichthouder en andere stakeholders. Zij beoordelen de jaarrekening en nemen deze mee in hun besluit om bijvoorbeeld al dan niet leningen te verstrekken. De jaarrekening geeft inzicht in het financiële reilen en zeilen van jouw bedrijf. De jaarrekening bestaat uit de balans, de winst- en verlies (V&W) rekening en een toelichting op beide overzichten.

De balans: de foto

De balans is een overzicht van alle zakelijke bezittingen en schulden aan het begin en het einde van het boekjaar. Het is een spiegel van de waarde van de onderneming op een bepaald moment: een soort foto gemaakt op de laatste dag van het boekjaar. Hier kun je in 1 oogopslag zien hoe een bedrijf ervoor staat. De totaaltellingen debet (links) en credit (rechts) moeten aan elkaar gelijk zijn, want de balans moet in balans zijn. De beide tellingen worden gelijk gemaakt door het Eigen Vermogen. Het Eigen Vermogen is het verschil tussen de bezittingen en de schulden.

De linkerkant (‘debetzijde’) van de balans

Hier staan de bezittingen (de zgn activa). Activa of bezittingen zijn onder te verdelen in vaste en vlottende activa.

Vaste activa liggen vaak langer dan één jaar vast.

  • Materiële vaste activa zijn tastbare dingen die de bedrijfsvoering voor langere tijd dienen. Bijvoorbeeld: gebouwen, voorraden, wagenpark en computerapparatuur.
  • Immateriële vaste activa zijn niet tastbaar en niet financieel. Ze hebben wel een rol in het financiële proces maar niet in het fysieke bedrijfsproces. Bijvoorbeeld: oprichtingskosten, vergunningen, octrooien, goodwill, patenten, kosten voor onderzoek en ontwikkeling.
  • Financiële vaste activa zijn bijvoorbeeld beleggingen in bijvoorbeeld andere ondernemingen.

Vlottende activa kunnen binnen een jaar worden omgezet in geld.

  • Voorraden zijn goederen om producten te maken.
  • Vorderingen zijn openstaande rekeningen van klanten en vooruitbetaalde kosten zoals BTW en debiteuren.
  • Liquide middelen zijn direct beschikbare geldelijke middelen zoals bankrekeningen en kasgeld.

De rechterkant (‘creditzijde’) van de balans

Hier staan de schulden (de zgn passiva) en het eigen vermogen. Omdat bezittingen gefinancierd kunnen zijn met eigen geld of met schulden staat op de rechterkant ‘eigen vermogen’ (eigen geld) en ‘vreemd vermogen’ (schulden). Het eigen vermogen kan je zien als een schuld van jouw bedrijf aan jou als eigenaar.

Voorzieningen, eigen vermogen en kort- en langlopende schulden vormen samen de passiva.

  • Eigen vermogen is het bedrag dat de ondernemer zelf in het bedrijf heeft geïnvesteerd. Dit vermogen brengt de balans in evenwicht. Zijn er meer schulden dan bezittingen, dan is er een negatief eigen vermogen.
  • Voorzieningen zijn er om aan verplichtingen te kunnen voldoen die in de toekomst (zouden kunnen) ontstaan. Bijvoorbeeld pensioenvoorziening en saneringskosten.
  • Langlopende schulden of ‘lang vreemd vermogen’ zijn schulden die langer dan één jaar lopen. Bijvoorbeeld: hypotheken, obligatieleningen, leasingschulden, schulden bij aandeelhouders.
  • Kortlopende schulden of ‘kort vreemd vermogen’ of ‘vlottende passiva’ zijn schulden die korter van één jaar lopen.

Het balanstotaal is de som van alle activa. Deze is gelijk aan de som van alle passiva.

De V&W- of resultatenrekening: de film

Hierin staan alle inkomsten en uitgaven van jouw bedrijf over een bepaalde periode. De tellingen van de debet- en creditzijde moeten ook gelijk zijn. Ze worden gelijk gemaakt door het saldo winst of saldo verlies.

Op de meeste jaarrekeningen worden de resultaten gegroepeerd in drie onderdelen: resultaat uit de normale bedrijfsuitoefening, bijzonder resultaat en buitengewone resultaten.

  • Resultaat uit de normale bedrijfsuitoefening is de reguliere omzet min reguliere kosten.
  • Bijzonder resultaat komt voort uit een bijzondere gebeurtenis.
  • Buitengewone resultaten komen niet voort uit de normale bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld: het resultaat uit de verkoop van een bedrijfsonderdeel.

De linkerkant (‘debetzijde’) van de resultatenrekening: kosten

  • Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen.
  • Diensten.
  • Salarissen, sociale lasten en pensioenen.
  • Afschrijvingen en waardeverminderingen.
  • Voorzieningen voor risico’s en kosten.

De rechterkant (‘creditzijde’) van de resultatenrekening: opbrengsten

  • Bedrijfsopbrengst.
  • Wijziging in voorraad en al gemaakte goederen die nog niet verkocht zijn maar wel toegevoegde waarde hebben.
  • Gemaakte vaste activa, kosten die zijn toegerekend aan de ontwikkeling van vastgoed bestemd voor eigen gebruik.
  • Ontvangen subsidies.
  • Schade uitkeringen.
  • Ontvangsten voor uitgeleend personeel.

Let op: Er staat maar aan één kant een saldo. Zijn de opbrengsten hoger dan de kosten, dan heeft het bedrijf winst. Het saldo winst wordt bijgeschreven aan de debetzijde. Zijn de kosten hoger dan de opbrengsten, dan lijdt het bedrijf verlies. Het saldo verlies wordt dan aan de creditzijde bijgeschreven.

Het nettoresultaat is resultaat min alle kosten, rente lasten en –baten en belasting:

  • Bedrijfsopbrengsten – bedrijfslasten = bedrijfsresultaat of ‘operationeel resultaat’
  • Bedrijfsresultaat + rentelasten – rentebaten = brutoresultaat of ‘resultaat voor belasting’ of ‘brutowinst’
  • Brutoresultaat of ‘resultaat voor belasting’ of ‘brutowinst’ – te betalen belasting = netto resultaat of ‘resultaat na belasting’ of ‘nettowinst’

#5 geheimen: wat zeggen ratio’s?

Leuk al deze informatie maar wat zegt het nou? Hoe zie je nou of het wel of niet goed gaat? De volgende zeven ratio’s geven je hier inzicht in. Deze geven je inzicht in het reilen en zeilen van jouw onderneming. Ook handig te weten is dat banken deze ratio’s gebruiken bij de beoordeling van een eventuele lening. De uitkomsten van de ratio’s zijn overigens wel branche afhankelijk.

#1 Werkkapitaal: de smeerolie

Het werkkapitaal is het kapitaal dat bedrijven nodig hebben om aan hun dagelijkse financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Het verbeteren van werkkapitaal is de smeerolie voor elk bedrijf.

  • Netto werkkapitaal is vlottende activa – kortlopende schulden
  • Bruto werkkapitaal is de omvang van de vlottende activa
  • Werkkapitaalquote A = werkkapitaal / balanstotaal * 100
  • Werkkapitaalquote B = werkkapitaal / netto omzet * 100

Een bedrijf kan zich draaiende houden met een netto werkkapitaal groter dan nul.

Dit krijg je voor elkaar door de juiste balans te vinden tussen investeren in goederen, het betalen van leveranciers en hoogte van het debiteurensaldo. Daarom zijn een juist voorraad- en debiteurenbeheer cruciaal voor het realiseren van een gezond werkkapitaal. Toch moet je ook oppassen als je een te groot werkkapitaal hebt: dit kan betekenen dat er te veel verborgen kapitaal vastzit in voorraden, debiteuren en onderhanden werk.

#2 Liquiditeitsratio’s

Deze geven inzicht in of er voldoende geld in kas is om op korte termijn aan betalingsverplichtingen te voldoen.

  • Current ratio = vlottende activa / kort vreemd vermogen.

Een gezond bedrijf heeft een current ratio van hoger dan 1,5. Lager dan 1 kan liquiditeitsproblemen betekenen.

  • Quick ratio = (vlottende activa – voorraden) / kort vreemd vermogen

Met een quick ratio groter dan 1 is een bedrijf gezond.

#3 Solvabiliteitsratio’s

Solvabiliteitsratio’s geven inzicht in de mate waarin een bedrijf aan zijn langlopende verplichtingen kan voldoen. Gewenst is een solvabiliteitsratio van tussen de 25% en 40%.

  • Solvabiliteitsratio A = eigen vermogen / totaal vermogen * 100%
  • Solvabiliteitsratio B = totale activa / vreemd vermogen

#4 Rentabiliteitsratio’s

Rentabiliteitsratio’s laten het verband zien tussen het financiële resultaat van een onderneming en het geïnvesteerde vermogen. Genoeg rentabiliteit betekent dat een bedrijf het geïnvesteerd vermogen op normale wijze kan vergoeden. Een gezond bedrijf kent een rentabiliteitsratio van 5%.

  • Rentabiliteit op eigen vermogen = nettoresultaat / eigen vermogen
  • Rentabiliteit op totaal vermogen = bedrijfsresultaat / totaal vermogen of ‘balanstotaal’

#5 Overige belangrijke ratio’s

  • Brutowinstmarge = brutowinst / omzet * 100
  • Nettowinstmarge = nettowinst / omzet * 100
  • Omloopsnelheid vorderingen = omzet / vorderingen
  • Omloopsnelheid voorraad = omzet / voorraden

Wil jij meer lezen en leren over wat je kunt met inzicht in jouw jaarrekening?

Een boel informatie! Ik zou zeggen: pak de jaarrekening erbij en bereken de ratio’s die hierboven aan de orde kwamen. En krijg zo jouw inzicht in hoe jouw bedrijf het doet. Het inzicht kan je ook richting geven aan verbeteringen. Bijvoorbeeld verbeteringen aan processen en het verbeteren van jouw reacties op risico’s en op kansen. En mocht je even minder in control zijn, dan is inzicht in jouw jaarrekening ook een mooie kans als stap om de regie weer in handen te krijgen. Wil je hier meer over lezen en leren? Kijk dan op de ebookstore van MLE Managementadvies met praktische en betaalbare ebooks. Of download gratis het ebook ’10 tips hoe je zakelijk de regie weer in handen krijgt’.

Bron: o.a. ‘De jaarrekening lezen voor Dummies’